Dokter
 

Meer pandemieën

Hieronder vindt u een overzicht van de meest recente pandemieën waar we mee te maken hebben (gehad).

Mexicaanse griep

De uitbraak van de Mexicaanse griep in 2009 is een griep-epidemie van een nieuwe stam van het H1N1-varkensgriepvirus, die zijn oorsprong heeft in Mexico in maart 2009. Er wordt om verschillende redenen ook wel gesproken over de Mexicaanse griep. In Mexico is inmiddels van meer dan 120 mensen bevestigd dat zij aan deze infectie zijn overleden en in de Verenigde Staten zijn de 150 sterfgevallen gepasseerd. Wereldwijd wordt bij meer dan 55000 mensen dezelfde infectie vermoed, al gaat het in veel gevallen om milde vormen van het virus. Precieze cijfers over de sterftekans aan deze griep zijn niet bekend omdat de infectie bij veel patiënten onschuldig of in elk geval niet sterker dan een “normale” griep verloopt.

De griep werd in maart gesignaleerd in Mexico, maar kwam pas op 25 april algemeen in de media toen het virus opdook op meerdere plaatsen in Mexico en de volgende dagen ook werd gevonden in de Noord Amerikaanse landen Verenigde Staten, Canada. Het virus werd binnen een week ook geconstateerd op het Europese werelddeel: in Spanje, Schotland, Oostenrijk, Duitsland en Nederland werden gevallen geconstateerd. Ook in Nieuw-Zeeland, Peru, Costa Rica en Israël zijn gevallen bevestigd. Het virus werd vooral aangetroffen bij mensen die kort tevoren waren teruggekeerd uit Mexico.

Human immunodeficiency virus (HIV)

Hiv is een virus, de volledige naam is Human Immunodeficiency Virus (menselijk immuundeficiëntievirus). Het is een snel muterend retrovirus, en verantwoordelijk voor het syndroom aids (acquired immuno-deficiency syndrome – verworven immunodeficiëntiesyndroom).

Hiv veroorzaakt aids doordat het de CD4+ T-cellen aanvalt en vernietigt. Dit is een groep van lymfocyten (speciale witte bloedcellen) die normaal gesproken het immuunsysteem coördineert in het geval van een infectie. Op deze wijze is het virus niet alleen in staat zichzelf te vermenigvuldigen, maar schakelt het ook het mechanisme uit waardoor het lichaam zich tegen het virus en alle andere pathogenen beschermt.

Door de sterke vermindering van het aantal CD4+ T-cellen kunnen ook andere ziekteverwekkers, die normaal gesproken zonder problemen door het immuunsysteem in de hand worden gehouden, een ziekmakende infectie veroorzaken. Het zijn in de meeste gevallen deze opportunistische infecties waaraan een aidspatiënt overlijdt. Veel aidspatiënten ontwikkelen ook zeldzame vormen van kanker (bekend is het kaposisarcoom) die het immuunsysteem onder normale omstandigheden een halt toe zou roepen.

Tot nu toe is een hiv-besmetting nog niet te genezen. Er bestaat medicatie die de deling van het hiv-virus remt, en daardoor het ontstaan van ziekteverschijnselen en aids meestal voor langere tijd tegengaat.
Deze medicatie kan ook de overdracht van hiv van de ene persoon op de andere tegengaan, maar dit werkt niet altijd. Wanneer iemand een zeer groot risico op besmetting heeft gelopen (bijvoorbeeld door bloed-bloed contact met iemand die hiv besmet is), kan een zware medicijnenkuur gegeven worden. Met die medicijnkuur is de kans dat men hiv-positief wordt een heel stuk kleiner. Tijdens de zwangerschap van een hiv-positieve moeder kunnen deze medicijnen ook de overdracht van hiv op het kind tegengaan, maar ook hier is het succespercentage niet 100%.

De overdracht van hiv tijdens seksueel contact is te voorkómen door het juiste gebruik van goede condooms of beflapjes. Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van vaginale gels, die het hiv-virus bij seksueel contact zouden moeten doden en zo besmetting zouden moeten voorkomen. Hoewel in vitro onderzoeken (dat wil zeggen, in testbuizen en in gekweekte cellen) veelbelovend waren, is recent weer een groot medisch onderzoek voortijdig afgebroken, omdat de vrouwen die de gel gebruikten juist vaker met hiv besmet bleken te raken. Een verklaring hiervoor is er nog niet.

Severe Acute Respiratory Syndrome (SARS)

SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome, vertaald: ernstige acute ademhalingsziekte) is een soms levensbedreigende vorm van atypische longontsteking (pneumonie), waarover tot nu toe nog weinig bekend is. De eerste gevallen verschenen in de Chinese provincie Kanton, eind 2002. De ziekte is besmettelijk, en verspreidde zich naar Hongkong, en van daaruit naar Vietnam, Canada en andere landen. In China zijn gevallen gemeld vanuit vele delen van het land.

De ziekte wordt veroorzaakt door het SARS-virus. Het is een type coronavirus dat voor de uitbraak van SARS nog niet eerder bij mensen was aangetroffen.

De ziekte lijkt in ongeveer 5-15% van de gevallen een dodelijke afloop te hebben. (Bij griep is het (directe en indirecte) jaarlijke sterftecijfer in Nederland 1000-2000, bij ca 80.000 gevallen per jaar (1,25-2,50%)). Vooral ouderen zijn kwetsbaar maar voor jonge mensen is de infectie zeker niet ongevaarlijk.

Besmetting vindt niet alleen plaats via de adem, maar vermoedelijk ook via urine, ontlasting en huidcontact. Mensen kunnen ook SARS krijgen door besmet water of voedsel te consumeren. Het virus kan namelijk niet alleen via de longen, maar ook via de nieren, de dunne darm en zweetklieren het lichaam binnen dringen. De meeste gevallen zijn onder de familieleden van patiënten en het medisch personeel dat hen heeft verzorgd. De ziekte is echter wel duidelijk minder besmettelijk dan de gewone griep.

De ziekte werd als nieuwe ziekte ontdekt door Carlo Urbani, een arts van de Wereldgezondheidsorganisatie, die tijdens zijn onderzoek van de nieuwe ziekte in Vietnam besmet raakte en inmiddels zelf aan de ziekte is overleden. Bij de identificatie van het virus dat de ziekte veroorzaakt speelde de Nederlandse viroloog prof. dr. Ab Osterhaus een belangrijke rol.